Jonges, Jan
Ets met varende zeilschepen. Sfeervolle ets van een Hollands landschap. Beeldmaat 19,5 cm x 14,5 cm. Authentiek ingelijst. Rechtsonder met potlood gesigneerd.
Jan Jonges
Amsterdam 12-12-1921 – Amsterdam 23-12-1976
Jan Jonges volgde de banketbakkersschool maar zijn artistieke talent voor tekenen en muziek kwam meer en meer bovendrijven. Hij besloot van schilderen zijn beroep te maken, maar volgde geen kunstopleiding en is als kunstschilder autodidact. Hij sloot zich in Amsterdam aan bij ”De Onafhankelijken” en de BBK. Jan Jonges schilderde, etste, tekende en aquarelleerde landschappen, havens, schepen, stillevens, figuren en dieren. Hij had een voorliefde voor havens, boten en het water. In de jaren zestig woonde en werkte hij op een omgebouwd vrachtschip in Amsterdam, later huurde hij daar een atelier. De inkomsten van Jan Jonges waren ongeregeld. In februari 1976, tien maanden voor zijn dood, werden al zijn bezittingen, waaronder zijn schilderijen, bij executie verkocht. Jan Jonges overleed op 55-jarige leeftijd. Werk van hem werd aangekocht door het Rijk en het Stedelijk Museum Amsterdam.

























Jongere, de, Marius
Kleurets van de Maashaven in Rotterdam. We zien op de voorstelling de stalen bark Ponapé, die te boek staat als een Viermaster. In juni 1932 arriveerde de Ponapé in Rotterdam. Vermeld in het boek Marius de Jongere: Een Rotterdamse kunstenaar pagina 32 No.2.17. Beeldmaat 27 cm x 40 cm. Bladmaat 31 cm x 44. Losbladig. Met potlood betiteld en gesigneerd.
Marius de Jongere
Amsterdam 04-07-1912 – Rotterdam 30-06-1977
Marinus Johannes Drulman bekend onder het pseudoniem Marius de Jongere, was een Nederlands tekenaar, graficus en kunstschilder. Hij is met name bekend als schilder van de Rotterdamse havens.
Drulman kreeg les aan de Academie voor Beeldende Kunst in Rotterdam. Als kunstenaar gebruikte hij het pseudoniem Marius de Jongere; dit was een verwijzing naar zijn stiefvader, de schilder en etser Marius Janssen. Alleen tijdens de Duitse bezetting signeerde hij zijn werk met de naam Drulman, omdat het kunstenaars in die tijd niet was toegestaan onder een schuilnaam te werken.
Marius de Jongere beleefde zijn artistieke bloeiperiode in de jaren vijftig en zestig, precies de periode dat Rotterdam bezig was zich te ontwikkelen tot wereldhaven nummer 1. Studiereizen maakte hij naar België, Frankrijk, Zwitserland en Duitsland. Hij was lid van Kunstenaarssociëteit Rotterdam.